Nieuws

Waarom windenergie?

In Nederland waait het vaak en hard. Wind raakt nooit op en is uitstekend te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Windenergie is schoon. Bovendien kunnen we het in eigen land produceren. Hierdoor zijn we minder afhankelijk van bijvoorbeeld gas en olie uit het buitenland.
Op dit moment komt ongeveer 90% van onze elektriciteit uit fossiele energiebronnen, zoals aardgas, olie en steenkool. Het gebruik van deze energiebronnen heeft nadelige effecten op het leefmilieu. Denk aan de opwarming van de aarde door een toename van het broeikasgas CO2 in de lucht. Een ander nadeel is dat aardolie en gas voor een groot deel uit politiek instabiele regio’s komen. En belangrijk: fossiele energiebronnen raken op.
In het VN-klimaatakkoord van Parijs (2015), waar 195 landen zich aan hebben verbonden, waaronder Nederland, staat dat we de temperatuurstijging onder de 2 °C moeten houden om gevaarlijke opwarming van de aarde tegen te gaan. Het streven is om die stijging met 2°C tot 1,5 °C te verlagen. Dat kan alleen als we veel meer schone energie opwekken.

Europese afspraken duurzame energie

De landen van de Europese Unie hebben met elkaar afgesproken dat in 2020 20% van alle energie uit duurzame energie bestaat. Dat is energie waarover de mensheid onbeperkt kan beschikken en die niet schadelijk is voor het milieu en voor onze toekomstige generaties. Windenergie is een voorbeeld van schone energie, net als zonne-energie en aardwarmte.

Afspraken duurzame energie Nederland

Voor Nederland geldt dat minstens 14% van alle energie duurzaam moet zijn in 2020. Dat is afgesproken in het Nationaal Energieakkoord, waarin ook afspraken over windenergie zijn gemaakt. Met alle provincies is afgesproken dat in 2020 Nederland 6000 MW elektriciteit uit windmolens op land halen. En in 2023 nog eens ruim 4500 MW uit windmolens op zee. Samen is dat genoeg om ongeveer 7 miljoen huishoudens van schone stroom te voorzien.
Toon opties
Al deze windmolens zijn hard nodig, want van alle EU-landen staat Nederland bijna onderaan als het gaat om het aandeel duurzame energie in de totale energieconsumptie. Nederland zal alles op alles moeten zetten om de doelstelling voor 2020 te halen. De Nationale Energieverkenning 2015 laat zien dat de teller in 2015 op 5,5% schone energie staat en deze moet naar 14% in 2020. Willen we de doelstelling voor 2023 halen, moet 16 procent van onze energie duurzaam zijn. Zie ook Beleid en Regels.

Waarom windenergie op land?

Windenergie is een betrouwbare en efficiënte bron van duurzame energie die nu al volop beschikbaar is. De techniek voor wind op land is voldoende ontwikkeld om windenergie op grote schaal toe te passen. Bovendien leveren windmolens lokaal werkgelegenheid en inkomsten op. Projectontwikkelaars werken vaak met (bouw-)ondernemingen in de regio om de funderingen, wegen, kabels en leidingen voor de windparken aan te leggen. Omwonenden kunnen via een coöperatie meedelen in de opbrengst van een windmolenpark.

En wind op zee?

Op zee is veel ruimte. Je kunt daardoor meer windmolens plaatsen. Bovendien waait het er harder dan op land. Maar het is relatief duur om windmolens op zee te plaatsen, doordat elektriciteitstaanvoer over een langere afstand gaat en onderhoud complexer is dan op land. De aanleg van windparken op zee is door technologische ontwikkelingen wel goedkoper geworden. Zowel windenergie op land als winenergie op zee zijn hard nodig om de duurzame energiedoelen te halen.

Wie zijn er allemaal bij betrokken?

Bij windenergie zijn veel partijen betrokken, zoals diverse overheidspartijen, initiatiefnemers voor windparken, projectontwikkelaars, (maatschappelijke) belangengroepen en omwonenden. Windmolens moeten veilig zijn, zo min mogelijk overlast veroorzaken voor omwonenden en zo goed mogelijk passen in het landschap. Daarom is het belangrijk dat alle betrokkenen samen bepalen waar de windmolens het best kunnen staan.

Een windpark tot stand brengen vergt veel activiteiten van de verschillende spelers. De start is vaak een windplan. Daarin staat welke stappen doorlopen moeten worden om tot een windpark te komen: van voorverkenning tot exploitatie. De acties per stap zijn voor elke partij anders. Sommige spelers vervullen verschillende rollen. Een overzicht van alle procedures die doorlopen moeten worden is terug te vinden bij wetten en regels.

Nederlands beleid

Nederland heeft in het Energieakkoord afgesproken dat in 2020 minimaal 14% van alle energie hernieuwbaar, in 2023 zou dat 16% moeten zijn. Windenergie maakt daar een belangrijk deel van uit. Windenergie op land moet in 2020 voor 6000 MW aan energie opleveren.

Wat zijn de afspraken over windenergie op land?

Het Rijk en de provincies hebben afgesproken dat de provincies de gebieden aanwijzen waarin windparken mogen komen. De provincies hebben de gebieden die zij geschikt vinden voor grootschalige windenergieprojecten (meer dan 100 MW) doorgegeven aan het Rijk. Het Rijk heeft op basis van deze voordracht de structuurvisie Windenergie op land opgesteld. In deze Structuurvisie Windenergie zijn 11 gebieden aangewezen, die het meest geschikt zijn voor grote windmolenparken (minimaal 100 MW). In deze gebieden waait het relatief vaak en hard. Ook zijn de gebieden relatief dunbevolkt.
Provincies hebben de locaties voor windparken van minder dan 100 MW zelf aangewezen in een provinciale structuurvisie. Voor projecten van minder dan 100 MW is de gemeenten of de provincie verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing en de vergunningverlening.
Bedrijven en instellingen die hernieuwbare energieprojecten willen starten, zoals het plaatsen van een windturbine op land, kunnen gebruik maken van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en valt onder de minister van Economische Zaken.

Op hoeveel windenergie kunnen we rekenen?

In het Energieakkoord is met meer dan 40 partijen afgesproken dat in 2020 Nederland voor 6000 MW aan windmolens op land heeft staan, die energie kunnen leveren aan zo’n 4 miljoen huishoudens. Dat wordt in het huidige tempo niet gehaald, zo blijkt uit de Monitor Wind op Land 2015. Extra maatregelen moeten leiden tot meer windparken op land. Dat hebben IPO, VNG, Rijk (EZ en I&M), NWEA, Netbeheer Nederland en Stichting Natuur & Milieu met elkaar afgesproken.

Zo is er een actieplan dat de procedures rondom het realiseren van deze parken versnelt. Er komt verbetering in de planning en een betere ondersteuning van initiatiefnemers van windmolenparken. Ook komt er meer nadruk te liggen op het vergroten van maatschappelijke acceptatie van windmolenparken.

Windenergie na 2020

We zijn onderweg naar een CO2-arme economie in 2050. In dat jaar moeten alle Europese lidstaten de CO2-uitstoot met 80 tot 95 procent hebben terug gebracht ten opzichte van 1990; 2020 is een belangrijk eerste tussenstation. Dan is duidelijk of ieder land, waaronder ook Nederland, zijn afspraken is nagekomen. Tegelijkertijd denken we nu al na over de toekomst richting 2050. Welke maatregelen zijn nodig om een CO2-arme economie in 2050 te worden? In het rapport ‘Rijk zonder CO2’ van de Raad voor leefomgeving en infrastructuur staan de visie en hoofdlijnen voor het energiebeleid na 2020. Het Energierapport Transitie naar Duurzaam van de rijksoverheid werpt de blik nog verder vooruit, naar 2050.

Meer informatie?